Tanghouding (Pascimottanasana)

Geef een reaktie

Tanghouding of PascimottanasanaUit jezelf rechtop kunnen zitten is tegenwoordig geen vanzelfsprekendheid meer. Sinds de uitvinding van de stoel is dat vermogen bij ons in onbruik geraakt. Rugklachten zijn hiervan niet zelden het resultaat. ’s Avonds op de bank gaan we lekker onderuit zitten. Maar ook als we aan tafel zitten zijn we vaak geneigd om de rug wat te laten inzakken. Met de Tanghouding of Pascimottanasana wordt de rug weer gemobiliseerd en zelfwerkzaam gemaakt.

Door dat slechte zitten raken wervels en tussenwervelschijven beklemd en kan vocht niet goed circuleren. We kijken dan toch nog even raar op als die rug ineens gaat protesteren. Mijn yogaleraar zei in dit verband eens dat je in plaats van ‘Ik heb last van mijn rug’ beter kunt zeggen: ‘Mijn rug heeft last van mij!’

Uitdaging

Pascimottanasana of Tanghouding is een geschikte yogahouding om de rug weer te trainen om uit zichzelf rechtop te kunnen zitten. Alleen al de uitgangspositie, zittend met je benen gestrekt voor je, zal voor velen een uitdaging zijn.

Van mijn leerlingen hoor ik nog wel eens dat ze zulke korte hamstrings hebben. Het ware probleem zit echter in het feit dat de rug verzwakt is. De stoelleuning en de zitting van de bank hebben de functies van de rug overgenomen. Dit gemak heeft uiteindelijk dus wat minder aangename gevolgen.

Spijsvertering

Pascimottanasana of Tanghouding heeft verder ook een gunstige en stimulerende werking op je spijsvertering.

Wees in je beoefening geduldig. Ook hier geldt: haastige spoed is zelden goed. Zoek de vooruitgang niet zozeer in je lichaam verder duwen, maar in er dieper in zakken door middel van je uitademing.

Mocht je deze houding in eerste instantie te lastig vinden dan kun je ook beginnen met de staande vooroverbuiging. De zwaartekracht helpt je in deze houding een handje mee.

Instructie

Ga op de mat zitten, met je benen gestrekt voor je. Wiebel even een beetje heen en weer, zodat je goed je zitbeentjes voelt. Ga dan zoveel mogelijk rechtop zitten. Zonder te forceren. Maak je nek lang en strek het kruintje naar boven, in de richting van het plafond.

De knieholtes houd je naar beneden, richting de mat en je kunt je tenen wat naar je toe brengen, zodat ze omhoog wijzen. Zoek een redelijk comfortabele situatie, waarin je even kunt blijven zitten.

Op een volgende inademing breng je dan de handen en armen langs het hoofd mee omhoog, tot de armen gestrekt zijn. Handpalmen naar voren. Vingers gestrekt en gesloten. Hoofd lichtjes achterwaarts. Buig het bovenlichaam ook nog een klein stukje achterwaarts. Uitademend armen met een wijde boog naar voren.

Zet de handen neer op de benen daar waar ze uit zichzelf uitkomen, zonder dat je overmatig je best doet. De duimen aan de onderkant van de benen, de vingers er bovenop. Laat het hoofd hangen. Knieholtes blijven laag, bij de mat en houd de tenen naar je toe gericht.

Laat de adem uit zichzelf doorstromen en kijk of je bij iedere uitademing een beetje meer kunt ontspannen in de houding. Respecteer de ruimte die het lichaam je op dit moment geeft. In de overgave en in het loslaten kun je langzamerhand en met beleid wat zakken in de houding. Zonder iets af te dwingen of door te drukken. Laat het maar gebeuren.

Inademend breng je de armen dan met een wijde boog weer omhoog, tot boven het hoofd. Uitademend komen armen en handen langs het hoofd terug naar beneden. Leg je de handen op de benen, met de handpalmen naar boven. Laat desgewenst de voeten een stukje naar buiten vallen. Blijf zo een poosje rustig zitten, met de rug zoveel mogelijk comfortabel rechtop.

Voel het even na.

Geef een reaktie