Geld stinkt (niet)

Geef een reaktie

Geld stinkt (niet)Spiritualiteit en geld is al van oudsher een lastige combinatie. Mag je geld vragen voor je diensten als leraar of verlies je daarmee meteen je autoriteit? Je representeert immers het hogere. Maar, je zult ook moeten leven, want uiteindelijk ben je toch ook maar een mens.

Hoe kun je hier nu het beste mee omgaan? Zowel als leraar, maar eveneens als leerling. Ben je als leraar nog geloofwaardig als je geld aanneemt voor wat je doet? En kun je, als leerling, een leraar nog vertrouwen als deze een vergoeding aan je vraagt?

Titel

De titel van dit stukje brengt mij terug naar mijn jaren als gymnasiaste, in de tweede helft van de jaren ’80. Tijdens een van de lessen Latijn leerde ik over een Romeinse keizer die op de gangbare munt van zijn tijd liet zetten: pecunia non olet. Oftewel, geld stinkt niet.

Hij moet gedacht hebben dat met wat voor een vies gezicht wij ook naar geld en bezit kunnen kijken, we hebben het toch nodig. Gewoonweg voor ons bestaansonderhoud.

Eerlijk gezegd vind ik dit wel een gezonde, nuchtere kijk op de zaken. Want, je kunt wel (figuurlijk) spugen op het materiële, je hebt toch maar wel een lichaam waarvoor moet worden gezorgd. Eten, drinken, kleding en onderdak, je kunt redelijkerwijs niet zonder in de wereld van deze tijd.

Bedelnap

Misschien zou het anders zijn geweest als je in een ander deel van deze aardbol had gewoond of in een andere tijd. In een land als India lopen overigens nog steeds mannen rond met slechts een lendendoek, een stok en een bedelnap.

Deze mannen, sadhu’s genaamd, kun je zien als een soort reizende monniken. Zij reizen te voet en leven van wat zij aangeboden krijgen van welmenende passanten. In theorie is geld voor hen overigens helemaal geen issue, aangezien zij niet deelnemen aan het reguliere geldverkeer.

Ik zeg in theorie, want ik kan me voorstellen dat deze sadhu’s toch ook mogelijk wat menselijke verlangens hebben en soms iets willen aanschaffen om het leven iets te vergemakkelijken of te veraangenamen. Hoe zij zich heden ten dage precies bewegen door het grote India weet ik overigens niet, aangezien ik er al lange tijd niet ben geweest.

Alleen maar mensen

Het lijkt overigens wel eens alsof spirituele leraren niet echt menselijk zouden mogen zijn. Zij moeten zich gedragen als een soort heiligen. De lat ligt dan zo wel heel erg hoog. Vinden zij het zelf ook nodig om op zo’n voetstuk te worden gezet? Of is het vooral de omgeving die dit, door de eeuwen heen, van haar leraren heeft geëist?

In de praktijk vragen leraren of organisatoren van spirituele activiteiten doorgaans om een donatie. Dit lijkt een handige zet om de ongemakkelijkheid met geldelijk verkeer een beetje te kunnen omzeilen. En uiteraard lijkt mij dit geen enkel bezwaar.

Het is voor mij wel een vraag of we met zijn allen niet al te spastisch doen in dit verband. Moeten we niet meer erkennen dat ook leraren mensen zijn en dat het materiële een evenredige plaats verdient, ook in hun bestaan?

Misbruik voorkomen

Natuurlijk wil ik hiermee niet propageren dat spirituele leraren nu maar ongeremd financieel een slaatje moeten gaan slaan uit hun activiteiten. In alle redelijkheid moet het echter toch voor hen mogelijk zijn om ook materieel voorzien te zijn van de eerste aardse noden.

Moet je hier dan precieze maatstaven voor aanleggen, in de vorm van een soort minimumloon of een Balkenende-norm, maar dan voor deze groep? Ik moet zeggen dat ik dat dan een vrij grappige gedachte vind. Zo diep nadenken over deze kwestie is voor dit ‘heilige’ toch ook wel weer erg profaan.

Reacties?

Geef een reaktie